Banden vol met wind

23 augustus

Mijn beweging bestaat niet (meer) uit alleen maar lopen. Ik heb mijn oude hobby weer nieuw leven en de banden weer verse lucht ingeblazen: Wielrennen.

Er gaat niets boven buitensporten: De haren in de wind, heerlijk. Teveel (tegen)wind, is echter verre van heerlijk. Ik had en heb er een hekel aan. Fietsen en het idee hebben dat je geen centimeter vooruit komt. Zo ook afgelopen zondagochtend. Om 8.15 uur besteeg ik mijn ijzeren ros. ‘Rondje Wijhe’. Rondje Wijhe betekend, fietsen door een prachtig (boeren)landschap, maar het betekend ook vol met je bakkes, over de dijk,  in de tegenwind. Mijn kilometerteller kwam niet boven de 22.9 km per uur. Frustrerend vind ik dat. Ver, heel ver voor mij fietste een man. Ik ontken altijd dat ik een streberig karakter heb, maar stiekem ben ik een enorme streber. Ik zag de fietsende ‘eenling’, als ijkpunt. Hij leek maar niet dichterbij te komen. In mijn hoofd had ik hem beschuldigd van een elektrische fiets. Maar, toen de diesel in mij eenmaal warm was geworden en hij dichter en dichterbij kwam, voelde het toch weer als een innerlijke triomf. Hem inhalen (en hij was ook op een racefiets, had enorme mooie spannende gespierde benen), voelde als een innerlijk feest.

Eenmaal op de terugweg, waarbij ik de wind in de rug had en mijn teller de 33.4 km aantikte voelde ik me best wel volmaakt gelukkig. Dit is het toch echt wel. Hier kan geen sportschool of spinningbike tegenop. Lang leve de wind, de uit de boom vallende en over de weg hardlopende (overjarige) eikels ;).

Is het allemaal Hosanna? Nee! Het bewegen gaat mij goed af. Soms nog wel met tegenzin, maar over het algemeen gaat het goed. Maar, na 20.00 uur, de loop naar de kast blijft nog steeds en dingetje. Afgelopen week sprak ik een goede vriend van mij, hij kan het mij altijd prachtig vertellen. Hoe ik het moet doen. Na 20.00 uur niet meer eten, hooguit een appel en 1 keer in de week mezelf op wat lekkers trakteren. Voor mijn gevoel trakteer ik mezelf iedere dag.

Met Wouter ga ik de eerst volgende afspraak wielrennen en het (weer) over mijn eetpatroon hebben. Het is een mooi en tevens lastig proces waar ik in zit, waarbij het op dit moment om mijn wilskracht gaat. “Wie dut mie wat, wie dut mie wat, ik heb de banden vol met wind”